Anoniem
Financieel expert · Financer

Beleggen statistieken Nederland laten een duidelijke omslag zien: beleggen is geen niche meer, maar sparen blijft nog altijd veel groter. Volgens DNB hadden Nederlandse huishoudens eind Q1 2026 voor €207,6 miljard aan beursgenoteerde aandelen, beleggingsfondsen en obligaties in bezit.
Dat cijfer staat naast een veel grotere spaarpot: €540,6 miljard op spaarrekeningen en €107,2 miljard op betaalrekeningen bij Nederlandse banken. Beleggen groeit dus, maar de Nederlandse huishoudbalans blijft voorzichtig.
Deze pagina is gemaakt als citeerbare bron voor journalisten, onderzoekers en iedereen die snel betrouwbare beleggen cijfers Nederland nodig heeft. Geen vergelijkingstool, geen commerciële aanbevelingen. Alleen traceerbare cijfers uit primaire bronnen zoals AFM, CBS, DNB, Eurostat en VEB.
Dit zijn de belangrijkste cijfers om de particuliere beleggingsmarkt snel te begrijpen. De peildatum verschilt per bron, omdat AFM, CBS en DNB niet exact hetzelfde meten.
| Cijfer | Waarde | Bron en periode |
|---|---|---|
Beleggende huishoudens | ongeveer 2,2 miljoen | DNB op basis van AFM/CBS, Q1 2026 |
Aandeel huishoudens dat belegt | ongeveer 25% tot 26% | AFM Consumentenmonitor 2025 / DNB 2026 |
Totale directe beleggingen huishoudens | €207,6 miljard | DNB, eind Q1 2026 |
Groei directe beleggingen in Q1 2026 | +€3,8 miljard | DNB, Q1 2026 |
Netto aankopen in Q1 2026 | €4,0 miljard | DNB, Q1 2026 |
Direct obligatiebezit | €6,2 miljard | DNB, Q1 2026 |
Groei direct obligatiebezit | +22% | DNB, Q1 2026 |
Waarde effecten volgens CBS | €173,5 miljard | CBS StatLine, 1 januari 2024 |
Huishoudens met effecten volgens CBS | 1.594.300 | CBS StatLine, 1 januari 2024 |
Gemiddeld effectenbezit bij huishoudens met effecten | €108.800 | CBS StatLine, 1 januari 2024 |
Mediaan effectenbezit bij huishoudens met effecten | €15.000 | CBS StatLine, 1 januari 2024 |
De vraag hoeveel Nederlanders beleggen heeft geen enkel perfect cijfer, omdat bronnen anders tellen. AFM vraagt in de Consumentenmonitor naar beleggingen binnen huishoudens. CBS telt huishoudens met het vermogensbestanddeel effecten. DNB gebruikt effectenstatistieken en verwijst voor het aantal huishoudens naar CBS en AFM.
Voor de zoekvraag hoeveel Nederlanders beleggen is het meest bruikbare publiekscijfer over het aantal beleggers Nederland: ongeveer 2,2 miljoen huishoudens, oftewel rond een kwart van alle particuliere huishoudens. CBS komt voor 1 januari 2024 lager uit met 1.594.300 huishoudens met effecten, omdat de definitie smaller is.
Het verschil is belangrijk. AFM meet ook of iemand anders in het huishouden belegt en neemt crowdfunding mee in de vraagstelling. CBS kijkt naar fiscale vermogensbestanddelen zoals aandelen, obligaties en deelname in beleggingen.
| Bron | Cijfer | Definitie |
|---|---|---|
DNB | 2,2 miljoen beleggende huishoudens | DNB-artikel Q1 2026, op basis van AFM en CBS |
AFM | ongeveer een kwart van de huishoudens | Minstens iemand in het huishouden heeft beleggingen |
AFM | 20% van de Nederlanders belegt zelf | Respondent zegt zelf beleggingen te hebben |
AFM | 10% heeft iemand anders in het huishouden die belegt | Huishoudensvraag, overlap mogelijk |
AFM | 3 op de 100 Nederlanders beleggen via crowdfunding | Inclusief zakelijke leningen of aandelen via platformen |
CBS | 1.594.300 huishoudens met effecten | Vermogensbestanddeel effecten, 1 januari 2024 |
CBS | 8.258.900 particuliere huishoudens | Totaal huishoudens met vermogen, 1 januari 2024 |
CBS laat zien dat het aantal huishoudens met effecten sinds 2019 is gestegen van 1.189.200 naar 1.594.300 in 2024. Dat is een toename van ruim 400.000 huishoudens in vijf jaar.
Ook het totale effectenbezit groeide. In 2019 stond de CBS-reeks op €128,8 miljard. In 2024 was dat €173,5 miljard. Door koersdalingen en koersstijgingen beweegt het bedrag niet ieder jaar in dezelfde richting als het aantal beleggers.
Dat zie je ook bij DNB. Eind 2025 kwam het directe effectenbezit van huishoudens uit op €204,3 miljard. Een kwartaal later was dat €207,6 miljard. De DNB-reeks ligt hoger dan de CBS-reeks, omdat de statistische afbakening anders is.
| Jaar | Huishoudens met effecten | Totale waarde effecten | Gemiddeld | Mediaan |
|---|---|---|---|---|
2019 | 1.189.200 | €128,8 miljard | €108.300 | €17.600 |
2020 | 1.220.300 | €144,4 miljard | €118.300 | €18.800 |
2021 | 1.343.100 | €151,8 miljard | €113.000 | €16.400 |
2022 | 1.507.700 | €183,2 miljard | €121.500 | €15.500 |
2023 | 1.567.900 | €165,5 miljard | €105.600 | €13.100 |
2024* | 1.594.300 | €173,5 miljard | €108.800 | €15.000 |
DNB eind 2025 | ongeveer 2,2 miljoen | €204,3 miljard | n.v.t. | n.v.t. |
DNB Q1 2026 | ongeveer 2,2 miljoen | €207,6 miljard | n.v.t. | n.v.t. |
Het totale belegd vermogen van Nederlandse huishoudens is fors, maar spaargeld blijft dominant. DNB rapporteerde eind Q1 2026 €207,6 miljard aan directe effecten. Tegelijk stond er €540,6 miljard op spaarrekeningen en €107,2 miljard op betaalrekeningen bij Nederlandse banken.
CBS laat voor 1 januari 2024 dezelfde verhouding zien in de vermogensstatistiek. Huishoudens hadden €444,4 miljard aan bank- en spaartegoeden en €173,5 miljard aan effecten. Effecten waren dus belangrijk, maar banktegoeden waren meer dan twee keer zo groot.
Voor wie start met beleggen met weinig geld is die verhouding herkenbaar: Nederlanders bouwen vaak eerst een buffer op en beleggen pas daarna een deel van hun vermogen.
| Categorie | Waarde | Bron |
|---|---|---|
Directe beleggingen huishoudens | €207,6 miljard | DNB, eind Q1 2026 |
Spaargeld op spaarrekeningen | €540,6 miljard | DNB, eind Q1 2026 |
Geld op betaalrekeningen | €107,2 miljard | DNB, eind Q1 2026 |
CBS effecten | €173,5 miljard | CBS, 1 januari 2024 |
CBS bank- en spaartegoeden | €444,4 miljard | CBS, 1 januari 2024 |
CBS financiele bezittingen totaal | €617,9 miljard | CBS, 1 januari 2024 |
DNB schrijft dat huishoudens het meeste beleggen in beleggingsfondsen. Die categorie bestaat uit aandelenfondsen, obligatiefondsen, gemengde fondsen en overige fondsen. Daarnaast houden huishoudens direct beursgenoteerde aandelen en obligaties aan.
In Q1 2026 viel vooral de hernieuwde belangstelling voor obligaties op. Het directe obligatiebezit steeg volgens DNB met 22% tot €6,2 miljard. Huishoudens kochten vooral staatspapier, dat doorgaans als minder risicovol wordt gezien dan aandelen.
Aandelen blijven zichtbaar in de cijfers. Door koersstijgingen bij grote oliebedrijven kwam het aandelenbezit in Shell, Exxon Mobil, Chevron, TotalEnergies, BP en Eni samen uit op €5,3 miljard. Meer dan 90% van die positie bestond uit Shell-aandelen.
| Product of categorie | Cijfer | Duiding |
|---|---|---|
Beleggingsfondsen | grootste categorie | DNB-dashboard effectenbezit huishoudens |
Directe obligaties | €6,2 miljard | DNB, Q1 2026 |
Groei directe obligaties | +22% | DNB, Q1 2026 |
Netto aankopen beleggingen | €4,0 miljard | DNB, Q1 2026 |
Aankopen in januari 2026 | €3,0 miljard | DNB, januari 2026 |
Aankopen in januari 2025 | €2,7 miljard | DNB, januari 2025 |
Aandelenbezit in zes grote oliebedrijven | €5,3 miljard | DNB, eind Q1 2026 |
Aandeel Shell binnen die groep | ruim 90% | DNB, eind Q1 2026 |
AFM onderzocht in 2026 hoeveel huishoudens niet beleggen terwijl ze daar financieel wel ruimte voor hebben. De uitkomst is opvallend: ongeveer 1 op de 3 Nederlandse huishoudens belegde in 2024 niet, ondanks voldoende liquide middelen boven de Nibudreferentiebuffer.
In aantallen gaat het om circa 2,6 miljoen huishoudens. Daarnaast is er een grotere groep van circa 4 miljoen huishoudens die niet belegt en volgens AFM onvoldoende financieel vermogen heeft om te beleggen. Het gaat dus niet alleen om gedrag, maar ook om financiele ruimte.
AFM noemt ook een kleinere, belangrijke groep: ongeveer 800.000 huishoudens beleggen niet, hebben wel voldoende liquide vermogen en kunnen later mogelijk geld tekortkomen. Voor de helft van die groep gaat het om meer dan €30.000 boven de buffer.
| Groep | Omvang | Bron |
|---|---|---|
Niet-beleggers met voldoende liquide vermogen | ongeveer 1 op de 3 huishoudens | AFM, 2026 |
Niet-beleggers met voldoende vermogen | circa 2,6 miljoen huishoudens | AFM, 2024-data |
Niet-beleggers met onvoldoende vermogen | circa 4 miljoen huishoudens | AFM, 2024-data |
Beleggers met voldoende vermogen | circa 1,2 miljoen huishoudens | AFM, 2024-data |
Huishoudens die niet beleggen maar mogelijk later tekortkomen | ruim 800.000 | AFM, 2026 |
Beschikbaar bedrag boven buffer bij helft van die groep | meer dan €30.000 | AFM, 2026 |
Vaak genoemde reden om niet te beleggen | gebrek aan kennis | AFM, 2026 |
Zelf beleggen gebeurt meestal via banken, brokers en beleggingsplatformen. Voor de Nederlandse markt is toezicht relevant, omdat niet elke populaire aanbieder onder dezelfde nationale waarborgen valt.
VEB keek in 2025 naar acht brokers die onder toezicht van de AFM staan en bindend zijn aangesloten bij Kifid: ABN Amro, BUX, DEGIRO, Easybroker, ING, LYNX, Rabobank en Saxo. Buiten dat onderzoek vielen onder meer partijen die via een Europees paspoort werken.
Voor vergelijkende context kun je naast deze statistieken onze pagina over starten met beleggen gebruiken. Deze cijfers zeggen niet welke broker het beste is, maar wel hoe groot en gereguleerd de markt is.
Beleggen groeit, maar risico's groeien mee. AFM vroeg in de Consumentenmonitor 2025 naar vermoedelijke beleggingsfraude. Ongeveer 1 op de 7 Nederlanders zei wel eens een aanbod of tip te hebben ontvangen of gezien waarvan hij of zij vermoedde dat het om oplichting ging.
Sociale media en e-mail zijn de belangrijkste kanalen. Van de mensen die zo'n verdacht aanbod zagen, werd 49% via sociale media benaderd en 47% via e-mail. Telefoon kwam uit op 37%, online advertenties op 34%.
De reactie blijft vaak beperkt. Ongeveer 52% blokkeerde of negeerde de aanbieder, maar 41% deed niets. Slechts 5% meldde het bij een toezichthouder zoals AFM en 4% bij de politie.
| Fraudecijfer | Waarde | Bron |
|---|---|---|
Nederlanders met vermoedelijk frauduleus beleggingsaanbod | 14% | AFM Consumentenmonitor 2025 |
Benaderd via sociale media | 49% | AFM, onder benaderde groep |
Benaderd via e-mail | 47% | AFM, onder benaderde groep |
Benaderd per telefoon | 37% | AFM, onder benaderde groep |
Benaderd via online advertentie | 34% | AFM, onder benaderde groep |
Aanbieder geblokkeerd of genegeerd | 52% | AFM, onder benaderde groep |
Geen actie ondernomen | 41% | AFM, onder benaderde groep |
Melding bij toezichthouder | 5% | AFM, onder benaderde groep |
Melding bij politie | 4% | AFM, onder benaderde groep |
Nederland is als economie een grote belegger. DNB publiceerde in 2025 dat Nederlandse bedrijven, instellingen en huishoudens eind 2024 samen voor €3.487 miljard aan wereldwijde effecten bezaten. Dat was gelijk aan 308% van het bruto binnenlands product.
Dat cijfer wordt vooral gedragen door institutionele beleggers zoals pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsfondsen. Zij hadden volgens DNB ruim 68% van het totale Nederlandse effectenbezit.
Eurostat laat voor de EU zien dat huishoudelijke financiele activa in 2024 vooral bestonden uit equity en investment fund shares (36,6%), currency and deposits (30,6%) en insurance, pensions and standardised guarantees (26,9%). Dit is niet hetzelfde als particuliere brokerdeelname, maar het plaatst het Nederlandse spaargeld-en-beleggen patroon wel in breder Europees kader.
| Cijfer | Waarde | Bron |
|---|---|---|
Nederlands totaal effectenbezit economie | €3.487 miljard | DNB, eind 2024 |
Nederlands effectenbezit als percentage bbp | 308% | DNB, eind 2024 |
Aandeel institutionele beleggers in Nederlands effectenbezit | ruim 68% | DNB, eind 2024 |
EU huishoudelijke financiele activa | €39.482 miljard | Eurostat, 2024 |
EU equity en investment fund shares | 36,6% | Eurostat, 2024 |
EU currency and deposits | 30,6% | Eurostat, 2024 |
EU insurance, pensions and guarantees | 26,9% | Eurostat, 2024 |
EU financiele verplichtingen huishoudens | €9.728 miljard | Eurostat, 2024 |
Deze pagina combineert meerdere primaire bronnen. Dat is nodig, omdat geen enkele bron alle vragen tegelijk beantwoordt. AFM is sterk voor gedrag en deelname, CBS voor huishoudens en vermogensbestanddelen, DNB voor marktwaarde van effecten, VEB voor brokercontext en Eurostat voor Europese vergelijking.
Let vooral op de definitie van effecten. CBS gebruikt in de vermogensstatistiek de som van obligaties en aandelen, waarbij aandelen ook opties en deelname in beleggingen omvatten. DNB kijkt naar direct aangehouden beursgenoteerde aandelen, participaties in beleggingsfondsen en obligaties.
De pagina is bedoeld om jaarlijks in Q1 te verversen zodra CBS, AFM en DNB nieuwe jaarcijfers hebben gepubliceerd. DNB kwartaalcijfers kunnen eerder wijzigen dan CBS vermogenscijfers.
| Bron | Gebruikt voor | Laatste gebruikte periode |
|---|---|---|
AFM Consumentenmonitor Beleggers | Huishouddeelname, crowdfunding, fraude | Q3 2025 |
AFM Onbenut vermogen | Niet-beleggers en bufferanalyse | 2024-data, publicatie 2026 |
CBS StatLine 83834NED | Effecten, banktegoeden, vermogen | 1 januari 2024 |
CBS StatLine 83835NED | Huishoudens en vermogensklassen | 1 januari 2024 |
DNB effectenbezit huishoudens | Directe effecten, Q1 2026 en 2025 | Q1 2026 |
DNB Nederlands effectenbezit | Macrocontext hele economie | eind 2024 |
VEB Brokeronderzoek | Nederlandse brokercontext en toezicht | 2025 |
Eurostat household financial assets | EU-vergelijking financiele activa | 2024 |
DNB noemt voor Q1 2026 ongeveer 2,2 miljoen beleggende huishoudens. Dat is ongeveer een kwart van alle particuliere huishoudens. CBS telt smaller en kwam voor 1 januari 2024 uit op 1.594.300 huishoudens met effecten.
Volgens DNB hadden Nederlandse huishoudens eind Q1 2026 voor €207,6 miljard aan directe beleggingen in beursgenoteerde aandelen, beleggingsfondsen en obligaties. CBS kwam voor 1 januari 2024 uit op €173,5 miljard aan effecten.
CBS rapporteerde voor huishoudens met effecten op 1 januari 2024 een gemiddeld effectenbezit van €108.800. De mediaan was veel lager: €15.000. Dat laat zien dat grote portefeuilles het gemiddelde sterk omhoog trekken.
Nee. DNB meldde eind Q1 2026 €207,6 miljard aan directe beleggingen, tegenover €540,6 miljard op spaarrekeningen en €107,2 miljard op betaalrekeningen bij Nederlandse banken.
AFM meet gedrag en huishouddeelname via onderzoek, CBS telt vermogensbestanddelen in de huishoudstatistiek en DNB publiceert effectenbezit op basis van financiele statistieken. Citeer daarom altijd bron, jaar en definitie.
AFM meldde in de Consumentenmonitor Beleggers 2025 dat ongeveer 14% van de Nederlanders wel eens een vermoedelijk frauduleus beleggingsaanbod heeft gezien of ontvangen. Sociale media en e-mail waren de meest genoemde kanalen.
Heb je een vraag over dit onderwerp? Stel deze aan de community.
E-mail bevestigd. Je reactie verschijnt na de beoordeling.
Die link is verlopen. Plaats je reactie opnieuw.
Anoniem
Financieel expert · Financer
5 min leestijdInvesteren
3 min leestijdInvesteren
5 min leestijdInvesteren
3 min leestijdInvesteren
6 min leestijdInvesteren